ECLI:NL:PHR:2001:AB2145
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onzelfstandige woonruimte en huurprijsvaststelling bedrijfsruimte met bovenwoning
In deze zaak staat centraal of de bovenwoning boven een gehuurde bedrijfsruimte als onzelfstandige woning kan worden aangemerkt volgens art. 7A:1624 lid 2 BW, en welke correctiefactoren bij de huurprijsvaststelling moeten worden toegepast.
De huurder had bezwaar tegen het BHAC-advies dat de bovenwoning buiten beschouwing liet en tegen het meenemen van een groter vergelijkingspand zonder correctie. Ook werd betoogd dat het onbebouwde erf een huurwaarde moet krijgen. De rechtbank oordeelde dat de bovenwoning zelfstandig verhuurd kan worden zonder onverbrekelijk verband met de bedrijfsruimte, waardoor het geen onzelfstandige woning is. De bezwaren tegen de vergelijkingspanden en het erf werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigt dat de beoordeling van onzelfstandigheid een feitelijke waardering is en dat de objectieve maatstaf van praktische bezwaren bij bewoning door derden leidend is. De bedoeling van partijen is niet doorslaggevend. De correcties op vergelijkingspanden en het erf zijn onvoldoende onderbouwd. De huurprijs wordt vastgesteld exclusief de bovenwoning en zonder huurwaarde voor het onbebouwde erf. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de huurprijs wordt vastgesteld exclusief de bovenwoning en zonder huurwaarde voor het onbebouwde erf.