ECLI:NL:PHR:2001:AB2149
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor asbestverontreiniging na brand in bedrijfsgebouw
In deze zaak stond de vraag centraal of de eigenaar van een bedrijfsgebouw met asbesthoudende dakplaten aansprakelijk is voor de kosten van het verwijderen van asbest dat na een brand in de omgeving was verspreid. De brand veroorzaakte verspreiding van hechtgebonden asbest in een woonwijk, waarna de gemeente de opruiming op zich nam en de kosten daarvan op de eigenaar wilde verhalen.
De Rechtbank had de eigenaar aansprakelijk gehouden op grond van artikel 6:174 BW Pro en 6:162 BW, omdat zij onvoldoende maatregelen zou hebben getroffen om het gevaar te beperken. Het Hof stelde echter vast dat het gebouw voldeed aan de bouwvoorschriften, dat het gebruik van asbesthoudende platen was toegestaan en dat er geen verwijt kon worden gemaakt aan de eigenaar. Ook was onvoldoende vastgesteld dat de eigenaar wist van het asbest in het dak.
De Hoge Raad bevestigde dat de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:174 BW Pro niet verder gaat dan die van artikel 6:162 BW Pro bij bekende en aanvaardbare risico's zoals asbesthoudende dakplaten. De eigenaar is niet aansprakelijk voor de opruimingskosten van asbest die na de brand in de omgeving terechtkwamen. De kosten van de sanering kunnen niet op grond van de Brandweerwet of de Wet milieubeheer op de eigenaar worden verhaald. De Hoge Raad wees ook op de maatschappelijke en rechtspolitieke overwegingen dat dergelijke kosten eerder door de overheid gedragen dienen te worden.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de eigenaar niet aansprakelijk is voor de saneringskosten van asbest na de brand.