ECLI:NL:HR:2001:AB1252
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens asbestvervuiling na stormschade aan bedrijfsgebouw
Na een storm op 11 november 1992 ontstond schade aan het woonhuis en bedrijfsgebouw van eiser. Verweerster voerde herstelwerkzaamheden uit, waarbij asbesthoudende golfplaten werden verwijderd en opnieuw aangebracht zonder speciale veiligheidsmaatregelen. Kort daarna constateerde eiser asbestvervuiling binnen en rondom het bedrijfsgebouw, wat leidde tot afsluiting en reiniging.
Eiser vorderde in reconventie een schadevergoeding van aanvankelijk ƒ131.275, vermeerderd met wettelijke rente, onder meer wegens ondeskundige verwijdering en aanbrengen van asbesthoudende materialen en psychische schade door angst voor asbestziekten. De rechtbank wees deze vordering af, waarbij economische schade werd geacht gedekt door een verzekeringsuitkering en immateriële schade onvoldoende aannemelijk.
In hoger beroep werden aanvullende vorderingen en medische verklaringen ingediend, maar het hof verwierp deze wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan causaal verband. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel, oordeelde dat het hof de medische verklaringen juist heeft geïnterpreteerd en dat de motiveringsklachten onvoldoende waren. Het beroep van eiser werd verworpen en hij werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wegens asbestvervuiling wordt afgewezen.