ECLI:NL:PHR:2001:AB2242
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing reïntegratieplanvereiste bij ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ziekte
In deze zaak stond centraal of de kantonrechter buiten het toepassingsgebied van art. 7:685 lid 1 BW Pro trad door een ontbindingsverzoek te ontvankelijk te verklaren zonder dat een door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) getoetst reïntegratieplan was overgelegd. De arbeidsovereenkomst tussen verzoeker en verweerster werd ontbonden wegens dringende redenen, waarbij verzoeker sinds maart 1999 arbeidsongeschikt was door ziekte.
De kantonrechter had het ontbreken van een reïntegratieplan niet als reden voor niet-ontvankelijkheid van het ontbindingsverzoek gezien. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het niet of niet juist toepassen van art. 7:685 lid 1 BW Pro niet leidt tot doorbreking van het rechtsmiddelenverbod. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het ontbreken van een reïntegratieplan niet kwalificeert als een essentieel vormverzuim dat doorbreking van het rechtsmiddelenverbod rechtvaardigt.
De Hoge Raad besprak ook de parlementaire geschiedenis en de praktijk rond het reïntegratieplan, waarbij werd erkend dat in sommige gevallen het opstellen van een reïntegratieplan zinloos kan zijn, bijvoorbeeld bij dringende redenen voor ontslag. Desondanks concludeerde de Hoge Raad dat de wetgever het vereiste van een reïntegratieplan strikt heeft geformuleerd en dat het ontbreken daarvan in beginsel tot niet-ontvankelijkheid moet leiden zolang de wet niet wordt aangepast.
De conclusie luidde dat het cassatieberoep moet worden verworpen en dat de kantonrechter niet buiten het toepassingsgebied van art. 7:685 lid 1 BW Pro is getreden door het verzoek ontvankelijk te verklaren zonder reïntegratieplan. De zaak benadrukt de noodzaak van een strikt wettelijke toepassing van het reïntegratieplanvereiste, maar erkent ook de ruimte voor de wetgever om de regeling aan te passen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de kantonrechter trad niet buiten het toepassingsgebied van art. 7:685 lid 1 BW door het verzoek ontvankelijk te verklaren zonder reïntegratieplan.