ECLI:NL:PHR:2001:AD4620
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toelaatbaarheid uitlevering en rol gemachtigde raadsman in uitleveringsprocedure
De rechtbank Zwolle verklaarde op 3 januari 2001 de uitlevering van verzoeker aan Duitsland deels toelaatbaar en deels ontoelaatbaar, waarbij de uitlevering voor de proceskosten werd afgewezen. De feiten betroffen belastingontduiking en valsheid in geschrift, zoals vermeld in een Haftbefehl en een vonnis van het Landgericht Berlin. Verzoeker was niet verschenen bij de zitting, maar zijn raadsman trad op zonder uitdrukkelijke machtiging.
De Hoge Raad bespreekt de gewijzigde uitleveringswet die het mogelijk maakt dat een gemachtigde raadsman optreedt in plaats van de verdachte zelf, mits deze uitdrukkelijk gemachtigd is. De raadsman van verzoeker had dit niet expliciet verklaard, wat volgens de Hoge Raad gevolgen heeft voor het verstekverweer. Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat in deze zaak geen belang van verzoeker is geschaad omdat hij gedetineerd is en de raadsman het woord voerde.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor zover de feiten onvoldoende nauwkeurig zijn omschreven en de uitlevering ten onrechte voor de proceskosten is afgewezen. De uitlevering wordt toelaatbaar verklaard voor vervolging en executie van het resterende deel van de gevangenisstraf van 1429 dagen. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De uitlevering aan Duitsland wordt toelaatbaar verklaard voor vervolging en executie van een strafrestant van 1429 dagen, en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en verbeterd.