ECLI:NL:PHR:2001:AD5148
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor moord met voorbedachten rade na geuridentificatie en telefonieonderzoek
Verdachte is door het gerechtshof Arnhem veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens moord met voorbedachten rade op het slachtoffer in haar woning te Deventer. Het hof stelde vast dat verdachte en slachtoffer elkaar kenden en dat verdachte het slachtoffer heeft gewurgd en met een mes heeft gestoken, wat leidde tot haar overlijden.
Het bewijs omvatte onder meer een mes gevonden nabij de woning, waarop de lichaamsgeur van verdachte werd vastgesteld via een geuridentificatieproef. Verdachte voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, maar het hof oordeelde dat de procedure rond het veiligstellen en onderzoeken van het mes correct was verlopen en dat de resultaten betrouwbaar waren.
Daarnaast toonde telefonieonderzoek aan dat verdachte kort voor het overlijden met het slachtoffer heeft gebeld via een GSM-paal in Deventer, hetgeen het alibiverweer ontkrachtte. Verdachte stelde dat het bewijs onvoldoende was en dat het hof onterecht het bewijs gebruikte, maar de Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde de bewezenverklaring en de strafoplegging.
De Hoge Raad benadrukte dat in cassatie geen nieuwe feiten mogen worden ingebracht en dat de bewijswaardering aan het hof is voorbehouden. Ook het verweer omtrent het ontbreken van een proces-verbaal en het alibiverweer faalden. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde het arrest van het hof.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor moord met voorbedachten rade.