ECLI:NL:PHR:2001:AD5357
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijslast en uitleg van voorwaardelijke verbintenis in aandelenoverdracht
In deze zaak draait het om de uitleg van artikel 15 van Pro een notariële akte waarin Probis Holding B.V. zich verbond om [verweerder] te ontslaan uit zijn borgstelling zodra dit mogelijk was. Probis stelde dat het ging om een voorwaardelijke inspanningsverbintenis die niet was vervuld, terwijl [verweerder] stelde dat het een onvoorwaardelijke verbintenis betrof.
De rechtbank wees de vordering van [verweerder] grotendeels toe, maar het hof oordeelde dat er sprake was van een voorwaardelijke verbintenis waarvan de inhoud onduidelijk was en dat Probis onvoldoende had gesteld over de inhoud van de voorwaarde. Het hof bekrachtigde het vonnis, maar legde de bewijslast deels verkeerd uit.
De Hoge Raad stelt dat het op de schuldeiser ([verweerder]) rust om niet alleen de opeisbaarheid van de verbintenis aan te tonen, maar ook de inhoud en vervulling van de voorwaarde te bewijzen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de verklaring van de notaris voldoende duidelijkheid verschaft over de inhoud van de voorwaarde, namelijk dat Probis pas hoefde te ontslaan als Indeko positieve cijfers zou laten zien.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het hof Arnhem voor verdere behandeling, waarbij [verweerder] in de proceskosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Arnhem voor verdere behandeling.