ECLI:NL:PHR:2001:ZC3653
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid afkoop pensioenrechten wegens strijd met Pensioen- en Spaarfondsenwet
De zaak betreft de vraag of een gewezen werknemer recht had op pensioen en of de afkoop van dat pensioen nietig is wegens strijd met de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW). De werknemer was in dienst bij eiseres en had een pensioen toegezegd gekregen, maar de dienstbetrekking eindigde vóór het verstrijken van een wachttijdclausule. De werkgever stelde dat daardoor geen premievrije aanspraken bestonden en dat een afkoop had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat de wachttijdclausule achterhaald was door een nadere overeenkomst tussen partijen en verklaarde de afkoop nietig op grond van art. 32 lid 4 PSW Pro. De werkgever stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad bevestigde dat het afkoopverbod van dwingend recht is en dat ook de nabestaanden zich daarop kunnen beroepen.
De Hoge Raad verwierp de klachten van de werkgever over de uitleg van de wachttijdclausule en het procesverloop. Ook het beroep op verrekening en onverschuldigde betaling faalde. De uitspraak bevestigt het beschermende karakter van de PSW en benadrukt de verantwoordelijkheid van de werkgever om pensioenvoorschriften na te leven.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de afkoop van pensioenrechten nietig en bevestigt het recht van de weduwe op weduwepensioen vanaf 1993.