ECLI:NL:PHR:2001:ZC3659
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring en toerekening bij schade door herhaalde lozingen op gemeentelijk riool
De zaak betreft een geschil tussen B.V. Fabriek van Diastatische Produkten (FDP) en de gemeente Leiden over schadevergoeding voor aantasting van het gemeentelijk riool door lozing van afvalwater.
De gemeente stelde dat de vordering tot vergoeding van de schade was verjaard, terwijl het hof oordeelde dat de vordering voor schade veroorzaakt na 23 juli 1990 niet verjaard was. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verduidelijkt dat voor de korte verjaringstermijn van vijf jaar uit art. 3:310 lid 1 BW Pro het moment van bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon doorslaggevend is, en niet de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt.
Verder werd betoogd dat de schade één en dezelfde oorzaak had en daarom geheel verjaard zou zijn, maar de Hoge Raad wijst dit af omdat het gaat om herhaalde, zelfstandige lozingen die elk een afzonderlijke onrechtmatige daad vormen. Ten slotte verwierp de Hoge Raad het beroep van FDP op art. 6:101 BW Pro dat de gemeente tekort zou zijn geschoten door na mei 1992 geen actie te ondernemen, omdat primair van FDP als schadeveroorzaker werd verwacht dat zij maatregelen zou treffen en de gemeente geen gehoudenheid had om eerder of zorgvuldiger te controleren.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vordering tot schadevergoeding voor schade na 23 juli 1990 niet verjaard is en dat het beroep op art. 6:101 BW faalt.