ECLI:NL:PHR:2001:ZC3679
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over terugvordering bijstand wegens verzwegen autobezit
In deze zaak vordert de gemeente terugbetaling van bijstand die aan een echtpaar is verstrekt over de periode 1992-1996, omdat zij het bezit van meerdere auto's hebben verzwegen. De rechtbank en het gerechtshof wijzen het beroep van het echtpaar af en stellen het terug te vorderen bedrag vast, waarbij rekening is gehouden met een vrij te laten bescheiden vermogen.
De vrouw stelt in cassatie dat de rechtbank het begrip 'vermogen' in de Algemene bijstandswet onjuist heeft uitgelegd, met name ten aanzien van het bezit van auto's. De Hoge Raad overweegt dat auto's in principe tot het vermogen behoren en moeten worden opgegeven, tenzij zij onder de uitzonderingen van algemeen gebruikelijke bezittingen vallen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de auto's niet onder deze uitzonderingen vielen en dat het vermogen van het echtpaar correct is vastgesteld.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het beroep op verjaring niet slaagt omdat de toepasselijke termijn vijf jaar is en niet twee jaar. Ook het bezwaar dat de Mercedes niet op naam van het echtpaar stond, faalt omdat het een feitelijke beoordeling betreft die in cassatie niet kan worden getoetst.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de eerdere beslissingen in stand blijven en de terugvordering van de bijstand wordt bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de terugvordering van bijstand wegens verzwegen autobezit wordt bevestigd.