ECLI:NL:PHR:2001:ZC8110
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vennootschapsbelastingplicht directiepensioenlichamen en afwijzing fiscale vrijstellingen
Stichting X, een directiepensioenlichaam opgericht in 1975, voerde een pensioenregeling uit voor een directeur/groot-aandeelhouder van B.V. A. Voor het jaar 1992 stelde zij haar pensioenverplichtingen fiscaal anders vast dan de Inspecteur, met een hogere rekenrente van 8% in plaats van 4%, en voerde zij aan dat een deel van haar beleggingsactiviteiten niet belastingplichtig was. Tevens betwistte zij de belastingplicht van directiepensioenlichamen op grond van discriminatieverboden.
Het Hof 's-Gravenhage verwierp deze bezwaren en bevestigde de aanslag vennootschapsbelasting. De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever binnen zijn beoordelingsvrijheid heeft gehandeld door directiepensioenlichamen vanaf 1992 belastingplichtig te stellen, gezien onvoldoende waarborgen dat winsten uitsluitend ten goede komen aan pensioengerechtigden. De waardering van pensioenverplichtingen met een rekenrente van 4% is juist, mede gelet op de pensioenbrief en feitelijke omstandigheden.
Het beroep op de resolutie van 26 oktober 1992, die een gunstige fiscale behandeling leek toe te zeggen, faalt omdat deze met terugwerkende kracht is herroepen en de latere wetgeving deze fiscale voordelen heeft ingetrokken. Ook het beroep op discriminatieverboden en het vertrouwen op eerdere toezeggingen wordt verworpen. De stellingen over gedeeltelijke belastingplicht zijn onvoldoende onderbouwd en falen.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de aanslag en de fiscale behandeling van directiepensioenlichamen zoals door de Inspecteur toegepast. Hiermee wordt de belastingheffing over het jaar 1992 en volgende jaren bevestigd, en worden fiscale voordelen voor directiepensioenlichamen beperkt.
Uitkomst: Het beroep van Stichting X wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting bevestigd.