ECLI:NL:HR:2001:ZC8110
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale vrijstelling directiepensioenlichaam en gelijke behandeling
Belanghebbende, een directiepensioenlichaam opgericht in 1975, voerde in haar vennootschapsbelastingaangifte 1992 een waardering van pensioenverplichtingen met verschillende rekenrentes. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd maar het Hof bevestigde de uitspraak van de Inspecteur.
In cassatie stelde belanghebbende dat de beperking van de fiscale vrijstelling voor directiepensioenlichamen in strijd was met internationale verdragsbepalingen inzake gelijke behandeling. De Hoge Raad overwoog dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de bijzondere kenmerken van directiepensioenlichamen, zoals het beperkte aantal verzekerden en de winstkans, een objectieve rechtvaardiging vormen voor een afwijkende fiscale behandeling.
Verder verwierp de Hoge Raad het beroep op toezeggingen van de Staatssecretaris over waarderingsregels, omdat deze toezeggingen alleen gelden indien een specifiek nadeel zich voordoet, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee werd de beperking van de vrijstelling voor directiepensioenlichamen bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het directiepensioenlichaam wordt ongegrond verklaard en de beperking van de fiscale vrijstelling bevestigd.