ECLI:NL:PHR:2002:AD3908
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht van gemeentelijke subsidie voor bouw en exploitatie buurtstallingsgarage
De zaak betreft de vraag of een eenmalige subsidie van de gemeente aan Stichting X, als bijdrage in de onrendabele kosten van de bouw en exploitatie van een buurtstallingsgarage, belastbaar is voor de omzetbelasting. Belanghebbende, ondernemer in verhuur van onroerende zaken, ontving een bedrag van ƒ1.200.000,00 voor het realiseren en exploiteren van parkeerplaatsen.
De Inspecteur stelde dat de subsidie een vergoeding vormde voor een door belanghebbende aan de gemeente verleende dienst en legde een naheffingsaanslag op. Het Hof Leeuwarden bevestigde dit oordeel, verwijzend naar het Malieveld-arrest, waarin een rechtstreeks verband tussen subsidie en prestatie werd aangenomen.
De Hoge Raad overweegt dat het Hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de subsidie een prijssubsidie is en dat sprake is van verbruik door de gemeente. De subsidie is bedoeld ter dekking van onrendabele kosten en er is geen aantoonbaar verband met de huurprijzen of mate van verhuur van parkeerplaatsen. De gemeente heeft geen concreet plan om zelf parkeervoorzieningen in te richten en er is geen prestatie verricht die door de gemeente of anderen is verbruikt in de zin van het BTW-stelsel.
Gelet op het arrest Mohr van het HvJ EG en latere jurisprudentie wordt bevestigd dat subsidies die in het algemeen belang worden verstrekt en geen directe tegenprestatie opleveren, niet aan omzetbelasting onderworpen zijn. De naheffingsaanslag wordt vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag omdat de subsidie geen belastbare prestatie jegens de gemeente vormt.