ECLI:NL:HR:2002:AD3908
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ontbreken dienstverrichting tussen erfpachter en gemeente
Belanghebbende, een verhuurder van onroerende zaken, ontving in 1991 een bijdrage van de gemeente voor de aanleg en exploitatie van een buurtstallingsgarage met parkeerplaatsen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, die na bezwaar en beroep door het Hof werd bevestigd. De Hoge Raad stelde in cassatie vast dat de bijdrage niet kan worden aangemerkt als vergoeding voor een dienst aan de gemeente, omdat de gemeente geen verbruik in de zin van de BTW-richtlijn had.
De akte van erfpacht verplichtte belanghebbende tot het realiseren en exploiteren van de parkeergarage, maar deze verplichtingen leverden de gemeente geen voordeel op als verbruiker van een dienst. De Hoge Raad oordeelde dat de prestaties van belanghebbende geen dienst in de zin van de Zesde richtlijn en de Wet op de omzetbelasting vormden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de uitspraak van het Hof, de uitspraak van de Inspecteur en de naheffingsaanslag. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan belanghebbende. Dit arrest bevestigt de strikte interpretatie van het begrip dienst in het kader van omzetbelasting en het ontbreken van belastbaarheid zonder verbruik door de overheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting omdat geen dienst is verricht aan de gemeente.