ECLI:NL:PHR:2002:AD6095
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van impliciete toestemming en merkinbreuk bij parallelimport van Jack Daniel's whiskey
In deze zaak staan drie procedures centraal waarin Jack Daniel's haar merkrechten verdedigt tegen verschillende Nederlandse vennootschappen die parallelimport van Jack Daniel's whiskey zonder toestemming binnen de Europese Economische Ruimte (EER) verrichten.
Jack Daniel's vordert onder meer het staken van merkinbreuk, het afleggen van verantwoording over de handel en winst, en beslaglegging op partijen whiskey. De gedaagden voeren verweer met onder meer het argument dat sprake is van transitohandel en dat de producten bestemd zijn voor derde landen, waardoor geen merkinbreuk zou zijn gepleegd.
De Hoge Raad bevestigt dat de toestemming van de merkhouder voor verhandeling binnen de EER niet snel impliciet wordt aangenomen, vooral niet wanneer de merkhouder geen uitdrukkelijk verbod heeft opgelegd aan eerste afnemers. De bewijslast voor het bestaan van toestemming ligt bij de parallelimporteur. Ook wordt geoordeeld dat het voorhanden hebben van goederen met een bijzondere douanestatus (zoals T1 of AGP/AGD) niet uitsluit dat sprake is van gebruik in het economisch verkeer. De aansprakelijkheid van de feitelijk beleidsbepaler van de vennootschappen wordt bevestigd indien hij de inbreukmakende handelingen niet verhindert.
De uitspraak bevestigt het beginsel van communautaire uitputting waarbij het merkrecht wordt uitgeput binnen de EER, maar niet daarbuiten, en dat de merkhouder het recht behoudt zich te verzetten tegen parallelimport zonder toestemming. Tevens wordt bevestigd dat de informatie- en verantwoordingsplicht zich beperkt tot de periode vanaf de eerste bewezen of aannemelijk geachte merkinbreuk.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt merkinbreuk en wijst impliciete toestemming af zonder duidelijke aanwijzingen.