ECLI:NL:PHR:2002:AD7021
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen veroordeling wegens zware mishandeling met blijvende littekens
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, wegens zijn aandeel in zware mishandeling tijdens ongeregeldheden op de Coolsingel te Rotterdam op 25 april 1999. Het hof stelde vast dat verdachte het slachtoffer met een steen in het gezicht had geslagen, waardoor deze scheurwonden opliep die gehecht moesten worden en blijvende ontsierende littekens zouden achterlaten.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen de bewezenverklaring en de strafmaat. Hij voerde onder meer aan dat het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel kon worden aangemerkt en dat zijn recht op een eerlijk proces was geschonden doordat hij zonder advocaat een verklaring had afgelegd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat sprake was van zwaar lichamelijk letsel, mede gelet op de aard van de verwondingen, de medische behandeling en de blijvende littekens.
Verder verwierp de Hoge Raad het verweer dat het niet onmiddellijk informeren van de piketadvocaat tot strafvermindering moest leiden, omdat de verklaring van verdachte als onrechtmatig bewijs was uitgesloten. De klachten over de bewijsvoering en het procesrecht faalden eveneens. De Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep ongegrond is en verwierp het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, blijft in stand.