ECLI:NL:PHR:2002:AD7343
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurgeschil over herstelverplichting verhuurder na brandschade en opschortingsrecht huurster
De zaak betreft een huurgeschil tussen een verhuurder en een vennootschap onder firma (v.o.f.) met haar vennoten, huurders van een bedrijfspand dat in 1990 door brand was beschadigd. De huurster stelde dat de verhuurder tekort was geschoten in zijn herstelverplichting, waardoor zij het pand niet volledig kon gebruiken, met name voor meubelspuitwerk. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand en betaling van openstaande huur.
De rechtbank wees de vorderingen van de verhuurder toe en verwierp het beroep van de huurster op opschorting van de huurbetaling, omdat zij geen ingebrekestelling had gedaan en pas tijdens de procedure een opschortingsrecht inroept. De Hoge Raad oordeelt dat een ingebrekestelling niet vereist is voor het beroep op opschorting en dat de huurster zich ook tijdens de procedure op dit recht kan beroepen.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij onder meer onderzocht moet worden of de verhuurder voldoende op de hoogte was van de gebreken en of de huurster recht heeft op schadevergoeding wegens beperkt huurgenot. Tevens is onvoldoende gemotiveerd waarom de huurster verplicht zou zijn tot opruiming van voorwerpen die mogelijk niet van haar afkomstig zijn.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.