ECLI:NL:PHR:2002:AD7794
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid aanhouding en verwerpt beroep op vormverzuimen bij inverzekeringstelling
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeelde verdachte op 27 september 2000 voor afpersing tot een gevangenisstraf van zestien maanden en de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegd deel van een gevangenisstraf. Verdachte stelde in cassatie dat de aanhouding onrechtmatig was omdat het signalement niet voldeed en de aanhouding niet kort na de achtervolging plaatsvond.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat verdachte kort na de achtervolging was aangehouden, waarbij het hof rekening hield met de geografische nabijheid van de aanhoudingsplaats en de herkenning door de verbalisant. Ook werd geoordeeld dat de afwijking in broekkleur niet afdoet aan het redelijk vermoeden van schuld. Daarnaast werd het beroep op vormverzuimen bij de inverzekeringstelling verworpen omdat deze verzuimen niet onder de in art. 359a Sv bedoelde vormverzuimen vallen en geen aanleiding geven tot strafvermindering.
De Hoge Raad bevestigde hiermee het oordeel van het hof en de rechtbank dat de aanhouding rechtmatig was en dat de te late inverzekeringstelling geen gevolgen had voor de strafoplegging. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot zestien maanden gevangenisstraf wordt bevestigd.