ECLI:NL:PHR:2002:AD8863
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen moord en deelname aan criminele organisatie met handel in heroïne
Verdachte is door het hof veroordeeld wegens medeplegen van moord op het slachtoffer door verstikking en deelname aan een criminele organisatie die handel in heroïne faciliteerde. Het hof baseerde zich op sectierapporten, getuigenverklaringen en verklaringen van medeverdachten die de betrokkenheid van verdachte bij het vastbinden, verstikken en dumpen van het slachtoffer in het water bevestigen.
De verdediging voerde onder meer aan dat de doodsoorzaak een spontane hartritmestoornis zou kunnen zijn, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat verstikking de doodsoorzaak was en dat de mogelijkheid van een natuurlijke dood niet aannemelijk was. Ook is vastgesteld dat verdachte wist van het criminele oogmerk van de organisatie.
De Hoge Raad corrigeerde een kennelijke verschrijving in de bewezenverklaring omtrent het in het water gooien van het slachtoffer, maar dit leidde niet tot cassatie. Verder werd een klacht over onvoldoende motivering en bewijswaardering verworpen. Van nietigheid van het hoger beroep was geen sprake ondanks een proces-verbaal omissie. Door overschrijding van de redelijke termijn is strafvermindering passend.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen van moord en deelname aan een criminele organisatie, met strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.