ECLI:NL:PHR:2002:AD9613
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vertegenwoordiging en volmacht bij verkoop van aardappelen
In deze zaak staat centraal of de verweerster via haar vertegenwoordiger een overeenkomst tot verkoop van 5.772 ton aardappelen aan de eiseres heeft gesloten. De verweerster betwistte de totstandkoming van deze overeenkomst en stelde dat de vertegenwoordiger niet bevoegd was om namens haar te handelen.
Het hof oordeelde dat de vertegenwoordiger niet vertegenwoordigingsbevoegd was, noch op grond van de arbeidsovereenkomst, noch op basis van een bijzondere volmacht. Tevens mocht de eiseres niet aannemen dat een toereikende volmacht was verleend. De Hoge Raad bevestigt dat deze feitenbeslissing niet onbegrijpelijk is en wijst de cassatie af.
De Hoge Raad benadrukt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd en verwijst naar relevante wetsartikelen en eerdere jurisprudentie. Het incidentele cassatieberoep van de verweerster behoeft geen behandeling omdat de gestelde voorwaarden niet zijn vervuld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de eiseres niet heeft bewezen dat de vertegenwoordiger bevoegd was de overeenkomst namens de verweerster te sluiten.