ECLI:NL:PHR:2001:AA9429
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schijn van volmacht bij bouw en levering bulkoplegger
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen eiseres en verweerster een overeenkomst tot stand was gekomen voor de bouw en levering van een 25 tons aluminium bulkoplegger. Namens eiseres had een manager met beperkte volmacht onderhandeld, terwijl de directeur alleen bevoegd was tot vertegenwoordiging. Verweerster begon de bouw na het versturen van een orderbevestiging die niet door eiseres was ondertekend of geretourneerd.
Verweerster vorderde betaling wegens schade die zij had geleden door de verkoop van de oplegger aan een derde voor een lagere prijs. Eiseres stelde dat er geen bindende overeenkomst was, omdat essentiële voorwaarden niet schriftelijk waren gegarandeerd en de manager niet bevoegd was om namens haar te handelen.
De rechtbank oordeelde dat er wel een overeenkomst was en veroordeelde eiseres tot betaling. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat verweerster redelijkerwijs mocht vertrouwen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de manager, mede door de gedragingen van eiseres die de schijn van volmacht en bekrachtiging wekten. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat eiseres zich niet kon beroepen op de beperkte volmacht van haar manager omdat zij niet tijdig bezwaar had gemaakt en de schijn van volmacht had laten voortduren.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat eiseres gebonden is aan de overeenkomst wegens de door haar gewekte schijn van volmacht en bekrachtiging.