ECLI:NL:PHR:2002:AE0631
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing vijfjarige verjaringstermijn op verhaalsvordering uit Verhaalswet ongevallen ambtenaren
Op 17 mei 1982 vond een verkeersongeval plaats tussen een fietsster en een bromfietser, waarbij de bromfietser, een ambtenaar, letsel opliep en later afgekeurd werd. Het ABP, als verhalend lichaam, betaalde uitkeringen aan de bromfietser en zocht verhaal op de aansprakelijke fietsster.
De rechtbank oordeelde dat de verhaalsvordering van het ABP een rechtsvordering tot schadevergoeding is in de zin van artikel 3:310 BW Pro en wees de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af. Het hof bevestigde de toepassing van de vijfjarige verjaringstermijn en achtte de buitengerechtelijke kosten wel toewijsbaar, waarbij het hof de kosten compenseerde in het incidentele appel.
De Hoge Raad bevestigt dat de verhaalsvordering van het ABP onder de vijfjarige verjaringstermijn valt, omdat deze vordering niet kan worden geabstraheerd van de onderliggende rechtsverhouding tussen laedens en gelaedeerde. Tevens wordt bevestigd dat buitengerechtelijke kosten op grond van artikel 6:96 lid 2 BW Pro redelijkerwijs vergoed kunnen worden. Het middel dat de bromfietser geen beroep op overmacht kon doen faalt, omdat het hof aannemelijk achtte dat het onverwacht linksaf slaan door de fietsster voor de bromfietser onwaarschijnlijk was.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toepassing van de vijfjarige verjaringstermijn op de verhaalsvordering en de vergoeding van buitengerechtelijke kosten en wijst de cassatieberoepen af.