ECLI:NL:HR:2002:AE0631
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing verjaringstermijn en toewijzing buitengerechtelijke kosten in verhaalszaak ambtenarenongeval
Op 17 mei 1982 vond een verkeersongeval plaats tussen eiseres, fietser, en betrokkene 1, bromfietser en ambtenaar. Betrokkene 1 liep een ernstige heupblessure op en werd vanaf 1 oktober 1984 afgekeurd. Het ABP betaalde hem pensioenuitkeringen en zocht verhaal op eiseres op grond van de Verhaalswet ongevallen ambtenaren (VOA).
De Rechtbank veroordeelde eiseres tot betaling van een bedrag van ƒ171.345, vermeerderd met rente en verminderd met reeds betaalde bedragen. Het Gerechtshof verwierp het principaal beroep van eiseres en kende buitengerechtelijke kosten toe aan ABP. Beide partijen stelden cassatieberoep in.
De Hoge Raad bevestigt dat de verkeersfout van eiseres, het linksaf slaan zonder richting aan te geven terwijl betrokkene 1 haar inhaalde, overmacht oplevert voor betrokkene 1. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat buitengerechtelijke kosten op grond van art. 6:96 lid 2 BW Pro toewijsbaar zijn, ondanks eerdere jurisprudentie over art. 2 VOA Pro. Verder bevestigt de Hoge Raad dat de verhaalsvordering moet worden gekwalificeerd als een vordering tot schadevergoeding, waardoor de vijfjarige verjaringstermijn van art. 3:310 BW Pro van toepassing is.
Het cassatieberoep van eiseres en het incidentele beroep van ABP worden verworpen. Beide partijen worden in de kosten van het geding veroordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiseres en het incidentele beroep van ABP en bevestigt de eerdere veroordelingen inclusief vergoeding van buitengerechtelijke kosten.