ECLI:NL:PHR:2002:AE1545
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij kort geding naast bodemprocedure in Noorwegen onder EVEX
In deze zaak staat de vraag centraal of de President van de Rechtbank te Amsterdam bevoegd is om kennis te nemen van een kort geding vordering tot betaling van een voorschot, terwijl de bodemprocedure reeds aanhangig is bij de bevoegde Noorse rechter. Telenor c.s. hadden hun aandelen in een Noorse vennootschap verkocht aan Spray, gevestigd in Nederland. De vordering tot betaling van de koopprijs loopt in Noorwegen, terwijl Telenor c.s. tevens een kort geding startten in Nederland.
De President verklaarde zich onbevoegd, maar het Hof te Amsterdam stelde de President bevoegd, omdat het kort geding en de bodemprocedure niet hetzelfde onderwerp zouden betreffen in de zin van art. 21 EVEX Pro. Spray ging tegen dit arrest in cassatie. De Hoge Raad overweegt dat bij een vordering tot betaling van een voorschot op een contractuele tegenprestatie, indien reeds een bodemprocedure loopt in een andere verdragsstaat, art. 21 EVEX Pro de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op grond van art. 2 EVEX Pro uitsluit.
De Nederlandse rechter kan echter wel bevoegd zijn op grond van art. 24 EVEX Pro, mits aan strikte voorwaarden wordt voldaan, zoals de garantie van terugbetaling indien de eiser in het bodemgeschil ongelijk krijgt en dat de maatregel betrekking heeft op vermogensbestanddelen binnen de territoriale bevoegdheid van de Nederlandse rechter. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor nader onderzoek naar deze voorwaarden.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is niet bevoegd op grond van art. 2 EVEX vanwege art. 21 EVEX en kan alleen bevoegd zijn op grond van art. 24 EVEX als aan strikte voorwaarden wordt voldaan.