ECLI:NL:PHR:2002:AE2099
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending ondervragingsrecht getuigen in verkrachtingszaak
In deze zaak werd de verdachte door het hof te Arnhem veroordeeld voor meerdere verkrachtingen en valsheid in geschrift. De verdediging verzocht om het horen van drie belangrijke getuigen, waaronder het slachtoffer, die in eerste aanleg niet waren gehoord. Hoewel één getuige als benadeelde partij verscheen, weigerde zij te verklaren, en de andere getuigen verschenen niet ondanks oproepingen.
Het hof besloot geen verdere pogingen te doen om de getuigen te horen, oordelend dat het onaannemelijk was dat zij binnen een aanvaardbare termijn zouden verschijnen. De Hoge Raad stelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom nieuwe oproepingen zinloos zouden zijn, zeker gezien het feit dat een getuige eerder wel was verschenen. Tevens is geen bevel tot medebrenging gegeven.
De Hoge Raad benadrukt dat het gebruik van verklaringen van niet-gehoorde getuigen als bewijs slechts is toegestaan als deze verklaringen voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. In deze zaak vormen de verklaringen van de aangeefsters het enige directe bewijs van het geweld dat het delict verkrachting kenmerkt. Hierdoor is niet voldaan aan de eisen van een eerlijk proces zoals neergelegd in art. 6 EVRM Pro.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof te 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep, waarbij de mogelijkheid tot ondervraging van de getuigen moet worden gewaarborgd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het ondervragingsrecht en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.