ECLI:NL:PHR:2002:AE2182

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 augustus 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/194HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. I-C2 RpbO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg van het recht op inhalen van niet-genoten vakantiedagen bij zwangerschapsverlof dat samenvalt met schoolvakantie

Deze zaak betreft het tweede van drie samenhangende geschillen over de uitleg van artikel I-C2 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RpbO). Centraal staat de vraag of een lerares in het bijzonder basisonderwijs, bij wie de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof gedeeltelijk samenvalt met de schoolvakantie, de mogelijkheid moet krijgen om de niet-genoten vakantiedagen alsnog buiten de schoolvakantie op te nemen.

Het geding in de feitelijke instanties en in cassatie liep synchroon met een soortgelijke zaak van een lerares aan dezelfde basisschool. Het verschil in deze zaak betreft het tijdvak van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, dat liep van 15 juni tot 5 oktober 1999, waarbij zes weken samenvielen met de schoolvakantie.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde tot vernietiging van het bestreden vonnis van de rechtbank te Leeuwarden en tot verwijzing van de zaak naar het hof van het ressort, op dezelfde gronden als in de gelijktijdige zaak met nummer C 01/193 HR. Hiermee wordt beoogd duidelijkheid te scheppen over de rechten van onderwijspersoneel betreffende het inhalen van vakantiedagen die door zwangerschapsverlof niet konden worden genoten.

Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de zaak verwezen naar het hof voor verdere behandeling.

Conclusie

C 01/194 HR
Mr. F.F. Langemeijer
Zitting 19 april 2002
Conclusie inzake:
Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs in de gemeente Wûnseradiel
tegen
[Verweerster]
Deze zaak is de tweede van drie samenhangende geschillen over de vraag of een lerares in het bijzonder basisonderwijs, bij wie de periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof gedeeltelijk samenvalt met de schoolvakantie, in de gelegenheid behoort te worden gesteld de niet-genoten vakantiedagen alsnog op te nemen buiten de schoolvakanties. Ook in deze zaak staat centraal de uitleg van art. I-C2 RpbO.
Het geding in feitelijke instanties en in cassatie heeft synchroon gelopen met de zaak die onder nr. C 01/193 aan de Hoge Raad is voorgelegd; het betreft een lerares aan dezelfde basisschool. Het cassatiemiddel is met dezelfde argumenten toegelicht, respectievelijk tegengesproken. Slechts het tijdvak van het zwangerschaps- en bevallingsverlof verschilt: van 15 juni tot 5 oktober 1999. Zes weken hiervan vielen samen met de schoolvakantie.
Op gelijke gronden als vermeld in mijn conclusie in de zaak onder nr. C 01/193 HR, strekt mijn conclusie tot vernietiging van het bestreden vonnis van de rechtbank te Leeuwarden d.d. 7 maart 2001 (rolnr. 41106 HaZa 00/584) en tot verwijzing van de zaak naar het hof van het ressort.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederland