ECLI:NL:PHR:2002:AE2182
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het recht op inhalen van niet-genoten vakantiedagen bij zwangerschapsverlof dat samenvalt met schoolvakantie
Deze zaak betreft het tweede van drie samenhangende geschillen over de uitleg van artikel I-C2 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RpbO). Centraal staat de vraag of een lerares in het bijzonder basisonderwijs, bij wie de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof gedeeltelijk samenvalt met de schoolvakantie, de mogelijkheid moet krijgen om de niet-genoten vakantiedagen alsnog buiten de schoolvakantie op te nemen.
Het geding in de feitelijke instanties en in cassatie liep synchroon met een soortgelijke zaak van een lerares aan dezelfde basisschool. Het verschil in deze zaak betreft het tijdvak van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, dat liep van 15 juni tot 5 oktober 1999, waarbij zes weken samenvielen met de schoolvakantie.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde tot vernietiging van het bestreden vonnis van de rechtbank te Leeuwarden en tot verwijzing van de zaak naar het hof van het ressort, op dezelfde gronden als in de gelijktijdige zaak met nummer C 01/193 HR. Hiermee wordt beoogd duidelijkheid te scheppen over de rechten van onderwijspersoneel betreffende het inhalen van vakantiedagen die door zwangerschapsverlof niet konden worden genoten.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de zaak verwezen naar het hof voor verdere behandeling.