ECLI:NL:HR:2002:AE2182
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vakantiedagen en zwangerschapsverlof van leraren in het bijzonder basisonderwijs
De zaak betreft een geschil tussen een lerares in het bijzonder basisonderwijs en haar werkgever, een onderwijsvereniging, over de vraag of vakantiedagen die samenvallen met zwangerschaps- en bevallingsverlof als vakantiedagen mogen worden beschouwd en of deze buiten de verlofperiode mogen worden opgenomen.
De lerares vorderde bij de kantonrechter dat deze dagen niet als vakantiedagen worden aangemerkt en dat zij deze buiten haar verlof en schoolvakanties mag opnemen. De kantonrechter wees de vorderingen toe, maar de werkgever ging in hoger beroep en de rechtbank bekrachtigde het vonnis. De werkgever stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat voor leraren in het bijzonder basisonderwijs de dwingendrechtelijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (titel 7.10 BW) gelden en dat vakantiedagen tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof niet zonder instemming van de werknemer als genoten vakantie mogen worden aangemerkt. Tevens stelde de Hoge Raad dat het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RpbO) niet de omvang van de vakantieaanspraak bepaalt, maar slechts de periode waarin vakantie wordt genoten.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. De lerares werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.