ECLI:NL:PHR:2002:AE2185
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente voor verkoop van verontreinigde bouwgrond en onrechtmatige daad
In deze zaak stond de vraag centraal of de gemeente aansprakelijk is voor schade geleden door kopers van bouwgrond die later bleek te zijn verontreinigd. De gemeente had in 1983 een sanering van een voormalig bedrijfsterrein laten uitvoeren, maar later onderzoek toonde aan dat de sanering onvoldoende was geweest en dat er sprake was van ernstige bodemverontreiniging op delen van het terrein.
De gemeente had bouwgrond verkocht met een bouwplicht en daarbij een schone grond-verklaring afgegeven, die later bleek te zijn gebaseerd op onvolledig onderzoek. Kopers van percelen, waaronder [verweerders], stelden dat zij schade hadden geleden door waardevermindering en vertraagde verkoop vanwege de bodemverontreiniging in de omgeving.
De Hoge Raad oordeelde dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door verontreinigde bouwgrond in het verkeer te brengen en een schone grond-verklaring af te geven die de indruk wekte dat de grond afdoende was gesaneerd. Ook wanneer het eigen perceel van de koper niet ernstig verontreinigd is, kan de gemeente aansprakelijk zijn voor waardevermindering door het negatieve imago van de omgeving. De gemeente had een zorgvuldigheidsnorm geschonden die zij in het maatschappelijk verkeer moet hanteren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de gemeente en bevestigde het oordeel van het hof dat de gemeente aansprakelijk is voor de onrechtmatige daad jegens de kopers. De schadevraag bleef buiten beschouwing. De uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor gemeenten die bouwgrond uitgeven met een bouwplicht en benadrukt de noodzaak van zorgvuldige sanering en correcte informatieverstrekking.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door verontreinigde bouwgrond te verkopen en een onjuiste schone grond-verklaring af te geven.