ECLI:NL:PHR:2002:AE2646
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor uitlokking cocaïnehandel en wijst cassatieberoep af
Verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens diverse overtredingen van de Opiumwet, waaronder het uitlokken van het smokkelen van cocaïne van Aruba naar Miami. Het ten laste gelegde feit betrof het opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne, waarbij verdachte in Assen handelde door gelegenheid en inlichtingen te verschaffen.
In het cassatieberoep betoogde verdachte onder meer dat de uitlokkingshandelingen niet in Assen hadden plaatsgevonden. De Hoge Raad verwierp dit middel op grond van verklaringen van betrokkenen die bevestigen dat de uitlokking in Assen plaatsvond. Daarnaast werd geklaagd over het ontbreken van een beslissing op een verzoek tot psychiatrisch onderzoek van een medeverdachte, maar dit verzoek was niet uitdrukkelijk ter terechtzitting gedaan, waardoor het middel faalde.
Verder werden enkele cassatiemiddelen door verdachte zelf opgesteld en niet door zijn advocaten, wat volgens art. 437, tweede lid, Sv leidt tot niet-ontvankelijkheid van deze middelen. De Hoge Raad oordeelde dat deze middelen buiten bespreking blijven. De overige middelen faalden eveneens, zodat het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf wordt bevestigd.