ECLI:NL:PHR:2002:AE3250
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van betekening door ontbreken uur van uitreiking bij cassatieberoep Nederlandse Antillen en Aruba
In deze zaak gaat het om verdachten die door het Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba zijn veroordeeld en tijdig beroep in cassatie hebben ingesteld. Echter zijn namens hen geen middelen van cassatie voorgesteld voor de dienende dag, hetgeen tot niet-ontvankelijkheid zou leiden indien de aanzegging van de behandeling van het cassatieberoep niet correct was geschied.
De Hoge Raad onderzoekt of de betekening van de aanzegging op juiste wijze heeft plaatsgevonden volgens de Antilliaanse en Arubaanse strafvorderingsregels, die voorschrijven dat in de akte van uitreiking de dag en het uur van uitreiking moeten worden vermeld. Ontbreekt het uur, dan is de betekening nietig volgens art. 647 lid 1 Sv Pro NA.
Hoewel in Nederland sinds 1996 vormverzuimen in betekening zijn gerelativeerd, geldt deze relativering niet in de Antillen en Aruba. De Hoge Raad stelt vast dat het voorschrift om het uur van uitreiking te vermelden vooral bedoeld was voor situaties waarin uitreiking niet persoonlijk plaatsvond, maar ook bij persoonlijke uitreiking is het verzuim tot nietigheid geleid in eerdere jurisprudentie.
De Hoge Raad concludeert dat het ontbreken van het uur van uitreiking in de akte van betekening in deze zaken leidt tot nietigheid van de aanzegging en dat de zaken van de rol moeten worden gevoerd. De rechterlijke ruimte om deze nietigheid te relativeren is beperkt gezien de recente wettelijke regeling.
Uitkomst: De betekening van de aanzegging is nietig wegens het ontbreken van het uur van uitreiking, waardoor de zaken van de rol moeten worden gevoerd.