ECLI:NL:PHR:2002:AE3251
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van betekening wegens ontbreken uur van uitreiking in Antilliaanse en Arubaanse strafvordering
In deze zaak gaat het om verdachten die door het Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba zijn veroordeeld en tijdig cassatieberoep hebben ingesteld. Echter, er zijn geen middelen van cassatie ingediend voor de aangewezen dag, waardoor niet-ontvankelijkheid dreigt. De kernvraag is of de aanzegging van de behandeling van het cassatieberoep correct is geschied volgens de lokale betekeningsvoorschriften.
De Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen en Aruba verwijst naar de gebruikelijke wijze van aanzeggingen zoals geregeld in de artikelen 642 tot en met 647 van het Antilliaanse en Arubaanse wetboek van strafvordering. Artikel 646 lid 1 vereist Pro dat in de akte van uitreiking de dag en het uur van uitreiking vermeld worden. Artikel 647 lid 1 bepaalt Pro dat de betekening nietig is indien niet aan deze voorschriften is voldaan.
De Procureur-Generaal bespreekt dat deze regelingen zijn overgenomen uit de Nederlandse wetgeving, maar dat in Nederland sinds 1996 vormverzuimen zoals het ontbreken van het uur van uitreiking gerelativeerd worden en niet automatisch tot nietigheid leiden. In de Antilliaanse en Arubaanse regelgeving is deze relativering echter niet expliciet doorgevoerd.
De Hoge Raad concludeert dat hoewel het voorschrift om het uur te vermelden enigszins achterhaald is en de uitreiking daar meestal door een deurwaarder of politieambtenaar gebeurt, het aan de wetgever is om dit te wijzigen. Tot die tijd moet het ontbreken van het uur van uitreiking leiden tot nietigheid van de betekening. Daarom moeten de zaken van de rol worden gevoerd.
Uitkomst: De betekening is nietig wegens het ontbreken van het uur van uitreiking, waardoor de zaken van de rol moeten worden gevoerd.