ECLI:NL:PHR:2002:AE3347
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wijziging alimentatie met ingang van datum verzoekschrift
Partijen waren gehuwd en gescheiden, waarbij de man alimentatie aan de vrouw betaalde. De man verzocht de alimentatie te verlagen wegens verminderde draagkracht en gewijzigde omstandigheden bij de vrouw. Het hof stelde de alimentatie vast op een lager bedrag met ingang van de datum van het inleidend verzoekschrift, 22 oktober 1999.
De vrouw stelde cassatie in tegen deze beslissing, met name tegen de terugwerkende kracht van de verlaging en de motivering daarvan. De Hoge Raad overweegt dat de rechter discretionaire bevoegdheid heeft om de ingangsdatum van alimentatiewijziging te bepalen, mits dit voldoende wordt gemotiveerd. Het hof heeft dit gedaan door te stellen dat de vrouw vanaf de datum van het verzoekschrift rekening had moeten houden met de wijziging.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de alimentatie met ingang van 22 oktober 1999 wordt verlaagd tot f 600,- per maand. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof voldoende heeft gemotiveerd en dat de stellingen van de vrouw over de betrouwbaarheid van de jaarstukken en omzetdaling adequaat zijn behandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de alimentatieverlaging met ingang van 22 oktober 1999.