ECLI:NL:PHR:2002:AE3370
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing bindendheid overheidstoezegging en monopoliepositie betaaltelevisie op Curaçao
De zaak betreft een geschil over de vergunningverlening voor het exploiteren van een betaalkabeltelevisiesysteem op Curaçao. TDS beschikte over een monopoliepositie op grond van vergunningen verleend door de overheid, welke positie door CCT c.s. werd betwist. CCT c.s. voerden aan dat het Land een bindende toezegging had gedaan om hen een vergunning te verlenen en dat de monopoliepositie van TDS was komen te vervallen.
De rechtbank en het Hof oordeelden dat de brief van 16 november 1988 een beleidsmatige toezegging bevatte die niet bindend was en dat het Land niet verplicht was een vergunning te verlenen. Het Hof vond de tijdelijke monopoliepositie van TDS gerechtvaardigd vanwege de noodzaak investeringen terug te verdienen en het belang van het publiek.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de subsidiaire grondslag van CCT c.s. mede uit de toezegging bestond, terwijl deze volgens het Gerecht in Eerste Aanleg een zelfstandige grondslag vormde. Verder bevestigt de Hoge Raad dat de brief geen bindende toezegging bevatte met een individueel en persoonsgebonden karakter. Wel oordeelt de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de huidige monopoliepositie nog gerechtvaardigd is, mede gelet op gewijzigde omstandigheden en de stellingen van CCT c.s. over liberalisering en meerdere vergunningen. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor nadere beoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het hofvonnis en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de subsidiaire grondslag en de rechtmatigheid van de monopoliepositie.