ECLI:NL:PHR:2002:AE4258
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling betrouwbaarheid meetmethode vissersnetten en recht op eerlijk proces volgens art. 6 EVRM
Verzoekster werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens overtreding van een voorschrift uit de Visserijwet 1963, omdat zij met een sleepnet met te kleine mazen had gevist. Het bewijs bestond uit metingen van de maaswijdte volgens Verordening (EEG) 2108/84, uitgevoerd door ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst.
De verdediging stelde dat de voorgeschreven meetmethode onvoldoende nauwkeurig en onbetrouwbaar is, ondersteund door rapporten van TNO en een door de Europese Commissie gefinancierd onderzoek. De rechtbank sprak verzoekster vrij vanwege onvoldoende zekerheid over de nauwkeurigheid van de meetmethode, maar het hof verwierp dit verweer en bevestigde de veroordeling.
De Hoge Raad overweegt dat het bewijs dat berust op een voorgeschreven meetmethode die mogelijk onbetrouwbaar is, het recht op een eerlijk proces kan schenden zoals gewaarborgd in art. 6 EVRM Pro. De Raad stelt dat de nationale rechter nadere eisen mag stellen aan de toepassing van communautaire voorschriften om deze strijdigheid te voorkomen.
Gezien de complexiteit en het communautaire karakter van de regelgeving stelt de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de verenigbaarheid van de meetmethode met het recht op een eerlijk proces en houdt het cassatieberoep aan.
Uitkomst: Cassatieberoep aangehouden en prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van de meetmethode met art. 6 EVRM.