ECLI:NL:PHR:2002:AE6999
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Eigendom van graftekens op eigen graven behoort toe aan eigenaar begraafplaats
In deze proefprocedure stond centraal de vraag of graftekens geplaatst op eigen graven, waarop een uitsluitend recht van graf rust, eigendom zijn van de rechthebbenden op het grafrecht of van de eigenaar van de begraafplaatsgrond. St. Barbara, eigenaar van de katholieke begraafplaats te Utrecht, stelde dat de eigendom van de graftekens bij de rechthebbenden berust, mede op grond van verkeersopvattingen en het toepasselijke reglement.
Het Hof oordeelde dat de graftekens duurzaam met de grond verenigd zijn en daardoor volgens art. 5:20 BW Pro eigendom zijn van St. Barbara als eigenaar van de grond. De Hoge Raad onderschreef dit oordeel en verwierp het beroep van St. Barbara dat het reglement een wettelijke uitzondering op de hoofdregel van natrekking zou vormen.
De Hoge Raad benadrukte dat het uitsluitend recht op een graf een zakelijk recht sui generis is zonder eigendomsrecht op de grond of graftekens. De verkeersopvattingen kunnen niet als zelfstandige maatstaf gelden voor eigendom, maar kunnen alleen bij onzekerheid over duurzaamheid een rol spelen. De graftekens zijn naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven, ook al is het grafrecht voor bepaalde tijd verleend met verlengingsmogelijkheden.
De Hoge Raad concludeerde dat St. Barbara eigenares is van de graftekens, terwijl de rechthebbenden gehouden zijn tot onderhoud en aansprakelijk kunnen zijn bij verwaarlozing. Het beroep werd verworpen, waarmee de eigendom van graftekens op eigen graven bij de begraafplaats blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de eigendom van graftekens op eigen graven toekomt aan de eigenaar van de begraafplaats, niet aan de rechthebbenden op het grafrecht.