ECLI:NL:HR:2002:AE6999
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Eigendom van graftekens op graven met uitsluitend recht volgens Wet op de lijkbezorging
In deze zaak stond centraal de vraag of graftekens geplaatst op graven waarop een uitsluitend recht op een graf is gevestigd, eigendom zijn van de rechthebbenden op het grafrecht (het Aartsbisdom c.s.) of van de eigenaar van de grond (Stichting Barbara).
De rechtbank en het hof oordeelden dat de graftekens als duurzame werken met de grond zijn verenigd volgens art. 5:20 BW Pro in verbinding met art. 3:3 BW Pro en derhalve toebehoren aan de eigenaar van de grond. Verkeersopvattingen konden niet als zelfstandige maatstaf worden gebruikt om deze eigendomsvraag te beantwoorden.
Stichting Barbara stelde dat het exclusieve recht op het graf volgens art. 28 Wlb Pro en het toepasselijke reglement de eigendom van de graftekens aan het Aartsbisdom toekent. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat het exclusieve recht op het graf geen eigendom van het graf of de graftekens verschaft. De natrekkingsregel van eigendom van duurzaam met de grond verenigde werken geldt, tenzij wettelijk anders bepaald, wat hier niet het geval is.
De Hoge Raad concludeerde dat de graftekens duurzaam met de grond verenigd zijn en eigendom zijn van de grondeigenaar. De vordering van Stichting Barbara werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de graftekens eigendom zijn van de grondeigenaar en wijst het beroep van Stichting Barbara af.