ECLI:NL:PHR:2002:AE7368
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vrije keuze wijze van eedsaflegging en bewijswaardering in civiele diefstalzaak
In deze civiele procedure vordert verweerder van eiser schadevergoeding wegens diefstal van geld, sieraden en vakantiebonnen uit zijn woning. Eiser wordt verweten samen met een derde, betrokkene 1, gedurende meerdere jaren goederen te hebben ontvreemd. De rechtbank en het hof oordeelden dat verweerder in zijn bewijs is geslaagd en kende een deel van de vordering toe.
Eiser stelde onder meer dat de moslimgetuigen, waaronder verweerder en betrokkene 1, de eed onjuist hadden afgelegd omdat zij niet met de hand op de Koran hadden gezworen, zoals volgens hem vereist is. De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de wettelijke regeling omtrent eedsaflegging en bevestigt dat getuigen vrij zijn de eed af te leggen op de wijze die hun godsdienstige gezindheid vereist, en dat een partij dit niet succesvol kan aanvechten.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de bewijswaardering aan het hof is en dat het hof niet verplicht is om zijn motivering over de geloofwaardigheid van verklaringen uitgebreid toe te lichten. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof bekrachtigd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.