ECLI:NL:PHR:2002:AE8198
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over stuiting van verjaring door schriftelijke mededeling in nakomingsovereenkomst
In deze zaak vordert eiser nakoming van een mondeling gesloten overeenkomst voor bouwkundige werkzaamheden, waarbij verweerder een deel van de declaraties niet heeft voldaan. Eiser startte een arbitrale procedure die onbevoegd werd verklaard. Vervolgens stuurde de advocaat van eiser een brief aan de advocaat van verweerder met het voorstel tot overleg, maar zonder ondubbelzinnig voorbehoud van het recht op nakoming.
De rechtbank en het hof oordeelden dat deze brief de verjaring niet heeft gestuit, omdat het geen ondubbelzinnige mededeling bevatte dat eiser zijn recht op nakoming voorbehoudt. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de brief slechts een uitnodiging tot overleg bevatte, zonder duidelijke waarschuwing dat eiser zijn rechten behoudt.
De Hoge Raad legt uit dat stuiting van verjaring door een schriftelijke mededeling vereist dat de schuldeiser ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt, wat verder gaat dan het enkel openen van onderhandelingen. De verwijzing naar de arbitrale procedure en het arbitraal vonnis in de brief verandert hier niets aan. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de brief van 16 december 1992 de verjaring niet heeft gestuit en verwerpt het cassatieberoep.