ECLI:NL:PHR:2003:AF0694
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verjaringstermijn bij beroepsziekte en subjectieve bekendheid met schade
In deze zaak vordert [verweerder], voormalig werknemer van BASF, schadevergoeding wegens een beroepsziekte veroorzaakt door blootstelling aan chemicaliën tijdens zijn werkzaamheden. BASF betwist de aansprakelijkheid en voert verjaring aan, stellende dat [verweerder] al in 1988 bekend was met zijn klachten en het vermeende verband met zijn werk.
De rechtbank en kantonrechter oordeelden dat de verjaringstermijn was verstreken en verklaarden [verweerder] niet-ontvankelijk. In hoger beroep werd dit vernietigd en de zaak terugverwezen, waarbij werd benadrukt dat subjectieve bekendheid met de schade en het causaal verband vereist is om de verjaring te laten lopen.
De Hoge Raad bevestigt dat de korte verjaringstermijn van vijf jaar pas begint te lopen vanaf het moment dat de benadeelde daadwerkelijk bekend is met de schade en het mogelijke verband met de aansprakelijke partij. Een vaag vermoeden of onbevestigde klachten zijn onvoldoende. Het beroep van BASF wordt verworpen, waarbij ook wordt opgemerkt dat de feitenrechter een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het vaststellen van bekendheid.
Deze uitspraak benadrukt het belang van subjectieve bekendheid en feitelijke waardering bij verjaring in complexe letselschadezaken zoals beroepsziekten, en voorkomt dat verjaring te vroeg intreedt op basis van onbevestigde vermoedens.
Uitkomst: Het cassatieberoep van BASF wordt verworpen en de verjaringstermijn begint pas te lopen bij daadwerkelijke subjectieve bekendheid met de schade en het causaal verband.