ECLI:NL:PHR:2001:AB0900
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bekendheid met schade en aansprakelijke persoon bij verjaring van asbestschadevordering
In deze zaak vordert eiseres namens haar overleden echtgenoot schadevergoeding van Wilton Feijenoord wegens blootstelling aan asbest en het oplopen van mesothelioom. De kern van het geschil betreft de vraag of de vordering is verjaard op grond van artikel 3:310 lid 1 BW Pro, dat bepaalt dat de verjaringstermijn begint te lopen vanaf het moment dat de benadeelde bekend is geworden met de schade en de aansprakelijke persoon.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig of het begrip 'bekend is geworden' louter subjectief moet worden uitgelegd of dat een objectieve maatstaf geldt. De conclusie is dat het uitgangspunt subjectieve bekendheid is, maar dat een zekere mate van objectivering onvermijdelijk en wenselijk is. Dit betekent dat de rechter op basis van feiten en omstandigheden kan aannemen dat de benadeelde redelijkerwijs bekend had moeten zijn met de schade en de aansprakelijke persoon.
In deze zaak blijkt uit medische brieven en correspondentie dat de diagnose mesothelioom eind 1987 was gesteld en dat zowel de overledene als eiseres hierover waren geïnformeerd, inclusief de oorzaak (blootstelling aan asbest op de scheepswerf van Wilton Feijenoord). De rechtbank en het hof hebben daarom geoordeeld dat de verjaringstermijn is aangevangen in 1987/1988 en dat de vordering in 1996 verjaard was. De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek, met name omdat eiseres de mogelijkheid moet krijgen tegenbewijs te leveren tegen het vermoeden van bekendheid.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling met mogelijkheid tot tegenbewijs door eiseres.