ECLI:NL:PHR:2003:AF1415
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest na wetswijziging procesrecht
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van een cassatieberoep tegen een tussenarrest centraal, waarbij het arrest van het hof na 1 januari 2002 is gewezen. De Hoge Raad bespreekt de wetswijziging van 1 januari 2002 in het burgerlijk procesrecht, waarbij het mogelijk maken van tussentijds hoger beroep of cassatieberoep tegen tussenuitspraak is beperkt tot gevallen waarin de rechter dit uitdrukkelijk toestaat.
De feiten betreffen een geschil over melkquota op erfpachtgronden, waarbij het hof het tussenvonnis van de rechtbank bekrachtigde zonder tussentijds beroep toe te staan. De Hoge Raad bevestigt dat op grond van het nieuwe art. 401a lid 2 Rv cassatieberoep tegen een tussenvonnis of tussenarrest alleen mogelijk is als de rechter dit toestaat.
De memorie van toelichting en parlementaire geschiedenis worden uitvoerig besproken, waarbij het belang van een vlotte procedure en redelijke termijn (art. 6 EVRM Pro) wordt benadrukt. De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep in deze zaak niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan toestemming voor tussentijds beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het tussenarrest is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van toestemming voor tussentijds beroep.