ECLI:NL:HR:2003:AF1415
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens beroep tegen tussenarrest Hof
In deze zaak vorderde verweerster dat op de aan eiser verstrekte erfpachtgronden melkquotum rust dat aan haar zou moeten worden overgedragen. Eiser bestreed dit en vorderde vergoeding voor het over te dragen melkquotum. De rechtbank wees de vorderingen van verweerster toe, maar stelde een comparitie van partijen in voor de waardebepaling van het melkquotum. Het hof bekrachtigde dit vonnis en verwees de zaak voor verdere behandeling terug naar de rechtbank.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, dat een tussenarrest betrof omdat het hof niet definitief over alle vorderingen had beslist. Verweerster stelde primair dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk was op grond van art. 401a lid 2 Rv in verbinding met de herzieningswet procesrecht burgerlijke zaken.
De Hoge Raad overwoog dat het beroep tegen een tussenarrest van het hof slechts tegelijk met het eindarrest kan worden ingesteld, tenzij het hof anders bepaalt, wat hier niet het geval was. Het beroep van eiser was daarom niet-ontvankelijk. De Hoge Raad wees ook de stelling van eiser af dat deze regeling in strijd was met hogere rechtsregels.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van eiser niet-ontvankelijk en veroordeelde hem in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens beroep tegen tussenarrest.