ECLI:NL:PHR:2003:AF2848
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van regresbeding in exploitatieovereenkomst wegens strijd met Wet op de Ruimtelijke Ordening
In deze zaak stond centraal de vraag of een gemeente via een privaatrechtelijke exploitatieovereenkomst de kosten van planschadevergoeding op een exploitant mag verhalen. De exploitant had met de gemeente een overeenkomst gesloten waarin zij zich verplichtte de door de gemeente aan derden te betalen planschade te vergoeden (het regresbeding). Na afwijzing door de rechtbank en vernietiging door het hof werd het geschil aan de Hoge Raad voorgelegd.
De Hoge Raad overweegt dat de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) een gesloten stelsel kent voor het verhalen van kosten, waaronder planschadevergoedingen, die in beginsel door de overheid gedragen moeten worden. Het ontbreken van een wettelijke grondslag voor het regresbeding leidt tot een onaanvaardbare doorkruising van het publiekrechtelijke stelsel. Bovendien worden de belangen van de burger onvoldoende gewaarborgd, omdat deze niet als belanghebbende wordt erkend in de bestuursrechtelijke procedures over planschade.
De Hoge Raad benadrukt dat het aangaan van dergelijke privaatrechtelijke overeenkomsten zonder wettelijke basis niet toelaatbaar is, mede gelet op het legaliteitsbeginsel en het belang van rechtsbescherming. De wetgever wordt opgeroepen om een passende regeling te treffen die de belangen van alle betrokken partijen evenwichtig beschermt. Het beroep van de gemeente wordt verworpen en het regresbeding wordt als nietig verklaard.
Uitkomst: Het regresbeding in de exploitatieovereenkomst is nietig wegens strijd met de Wet op de Ruimtelijke Ordening.