ECLI:NL:PHR:2003:AF2969
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aansprakelijkheid beveiligingsbedrijf voor inbraakschade ondanks minder frequente surveillance
Mevi Internationaal Expeditiebedrijf B.V. had een beveiligingsovereenkomst met Fino Bewaking B.V. voor surveillance van een loods. Tijdens twee inbraken in 1995 werden grote partijen sigaretten gestolen. Verzekeraars van Mevi vorderden van Fino schadevergoeding wegens tekortschieten in de nakoming van de beveiligingsovereenkomst, met name vanwege inadequate alarmopvolging en minder frequente surveillance dan afgesproken.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat Fino toerekenbaar tekortgeschoten was en dat zorgvuldige surveillance de schade had kunnen voorkomen. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen af, stellende dat niet was komen vast te staan dat Fino tekortgeschoten was en dat er geen causaal verband was tussen het minder frequent surveilleren en de schade. Het hof motiveerde dat de aard van de inbraken en de beperkte surveillanceverplichting maakten dat de schade waarschijnlijk ook bij correcte surveillance was ontstaan.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof. De Hoge Raad benadrukt dat bij een inspanningsverbintenis eerst sprake is van tekortkoming als niet is gedaan wat redelijkerwijs verwacht mag worden. Tevens bespreekt de Hoge Raad uitgebreid de omkeringsregel omtrent bewijs van causaal verband en concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de vereisten voor toepassing daarvan niet zijn vervuld. De Hoge Raad wijst erop dat Fino voldoende tegenbewijs heeft geleverd dat het causaal verband ontbrak. Ook de klacht dat het hof onvoldoende rekening hield met de prijs van de surveillance faalt. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat Fino niet aansprakelijk is voor de inbraakschade.