ECLI:NL:PHR:2005:AS4406
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over werkgeversaansprakelijkheid bij RSI-klachten en bewijslastverdeling
In deze zaak vordert een werknemer schadevergoeding wegens RSI-klachten die hij tijdens zijn dienstverband bij de werkgever heeft ontwikkeld. De werknemer stelt dat de klachten zijn veroorzaakt door repetitief en zwaar werk met slechte ergonomie. De werkgever betwist aansprakelijkheid, de causaliteit en voert onder meer verjaring en rechtsverwerking aan.
De rechtbank wijst de vordering toe, maar het hof vernietigt dit en wijst de vordering af, stellende dat het causaal verband onvoldoende aannemelijk is en dat de werkgever niet tekort is geschoten in zijn zorgplicht. De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de problematiek rond RSI, de wetenschappelijke onzekerheden en de verschillende benaderingen in jurisprudentie.
De Hoge Raad benadrukt dat de werknemer gemotiveerd moet stellen dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan, waarna de werkgever moet aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Bij onvoldoende bewijs van het causaal verband rust de bewijslast op de werknemer. De Hoge Raad pleit voor een genuanceerde benadering waarbij rekening wordt gehouden met de onduidelijkheden rond RSI en de zorgplicht van de werkgever. Het beroep op rechtsverwerking wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De zaak wordt verwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van deze uitgangspunten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het bestreden vonnis vernietigd en de zaak verwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.