ECLI:NL:PHR:2003:AF3808
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting wegens beheer en onrechtmatige onttrekking van gelden door gemachtigde
Deze zaak betreft een geschil over het beheer van financiële rekeningen van een persoon die door een hersenbloeding niet meer in staat was zijn eigen financiële zaken te regelen. De gemachtigde, [eiser], had toegang tot de bank- en beleggingsrekeningen van [erflater] en heeft aanzienlijke bedragen opgenomen. Na overlijden van [erflater] vorderden de erfgenamen, vertegenwoordigd door [verweerster], dat [eiser] rekenschap aflegde over het beheer en de besteding van deze gelden.
De rechtbank stelde vast dat [eiser] verplicht was tot het afleggen van rekening en verantwoording, maar omdat hij aangaf daartoe niet in staat te zijn, bepaalde de rechtbank zelf het saldo van de opgenomen gelden. Dit saldo werd vastgesteld op fl. 54.581,12, waarvan een deel zonder nadere verantwoording kon worden toegerekend aan zakgeld en kleine uitgaven. Het hof bekrachtigde dit oordeel en verwierp de grieven van [eiser].
In cassatie stelde [eiser] dat het hof buiten de rechtsstrijd was getreden door hem direct tot betaling te veroordelen zonder formele rekenprocedure. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet ambtshalve hoefde te toetsen of de rechtbank buiten de rechtsstrijd trad, omdat [eiser] geen grief daartegen had gericht. Tevens werd benadrukt dat de rekenprocedure inmiddels grotendeels is afgeschaft en dat de rechter vrijheid heeft om het saldo vast te stellen zonder omslachtige procedure. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De gemachtigde is veroordeeld tot betaling van het saldo van opgenomen gelden waarvan hij de bestemming niet kon verantwoorden.