1 Koos van Zomeren, Het complete REKEL-boek, tweede druk november 2002, blz. 38.
2 Het aanslagbiljet behoort niet tot de gedingstukken voor het Hof, maar is pas in cassatie bij het incidentele beroep van het College van B&W van Waterland (hierna: het College) en bij repliek door belanghebbende geproduceerd; de dagtekening staat wel vermeld in het verweerschrift voor het Hof.
3 In de stukken wordt de Chef ook wel aangeduid als het Hoofd van het bureau Financiën van de gemeente Waterland. In de geproduceerde mandaat- en delegatiebesluiten wordt echter gesproken over de Chef als de door het College aangewezen heffingsambtenaar; ik sluit mij bij die benaming aan.
4 Voor het Hof is slechts de eerste pagina van de, naar uit de ene pagina zou kunnen worden afgeleid: drie pagina's tellende uitspraak geproduceerd. Niettemin is uit de ene pagina wel af te leiden welke beslissing de Chef nam. Bij het incidentele beroepschrift in cassatie is de complete uitspraak gevoegd; daaruit blijkt dat die uitspraak niet uit drie maar uit twee pagina's bestaat.
5 Ook van dat geschrift produceerde de Chef voor het Hof slechts de eerste van twee pagina's. Belanghebbende voegde echter het volledige geschrift bij, dat overigens - terecht - geen rechtsmiddelverwijzing bevat.
6 Dat is, naar thans (zie noot 4) blijkt, volstrekt begrijpelijk. De uitspraak op bezwaar bevat immers twee verschillende rechtsmiddelverwijzingen. De ene luidt dat belanghebbende binnen zes weken na dagtekening bezwaar kan maken bij het Hoofd en de andere dat belanghebbende binnen zes weken na dagtekening in beroep kan gaan bij het Hof. Geen wonder dat belanghebbende beide wegen heeft bewandeld.
7 Het incidentele beroepschrift is voorzien van vele bijlagen die natuurlijk al voor het Hof hadden moeten worden overgelegd. Nu is het te laat. Niettemin zal ik er wel gebruik van maken, zoals aanstonds zal blijken.
8 Uit de dossierstukken leid ik af dat aan de bekendmakingseisen is voldaan.
9 (mijn noot) Ik zie ervan af deze bepaling in haar geheel op te nemen. Kort gezegd zijn vermeld: puppies die nog bij hun moeder zijn, blindengeleidehonden, gehandicaptenhonden, asielhonden, dierenwinkelhonden, politiehonden, tijdelijk-verblijfhonden en rode-kruishonden. Waakhonden komen niet in de opsomming voor.
10 Weliswaar kende art. 14, lid 2, Wet ARB ook al een proces-verbaal dat desverzocht van een mondelinge partijverklaring werd opgemaakt (ook wel genoemd het vragen van akte), voorzagen art. 15, leden 4 en 5, Wet ARB in het opmaken van een proces-verbaal van de beëdiging en de verklaring van een getuige en regelde art. 16a, lid 2, Wet ARB het proces-verbaal van de inlichtingencomparitie, maar dat waren processen-verbaal met een aanmerkelijk beperktere strekking dan het proces-verbaal waarop ik thans het oog heb.
11 Kamerstukken II 1996/97, 25 175, p. 17.
12 PG Awb II blz. 457rk. Zie ook Commentaar Awb (losbladig), art. 8:61, aant. 4: "de parlementaire geschiedenis zwijgt in alle toonaarden".
13 M.W.C. Feteris, Formeel belastingrecht, 1999, blz. 340.
14 G.J.M. Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, 4e druk, 2002, blz. 534-535.
15 (noot 39) Zie HR 8 oktober 1991, NJ 1992, 156.
16 (noot 40) Zie HR 6 februari 2001, NJ 2001, 220; verg. Van Dorst, p. 78-79.
17 (noot 41) Zie voor een voorbeeld HR 30 januari 1990, NJ 1990, 421.
18 Aldus Vakstudie-Nieuws 1982, blz. 2300, pt. 29.
19 Het citaat komt uit de Vakstudie LBM, Commentaar Gemeentewet (1995), art. 226, aant. 2.
20 Zie ook HR 25 oktober 2002, nr. 36.638, Belastingblad 2002/1226.
21 Net als buitengebiedhonden, zoals blijkt uit HR 21 juni 2000, BNB 2000/272.
22 Het is kennelijk de gewoonte in Waterland alleen maar de eerste pagina van een schriftelijk stuk te verstrekken.
23 In onderdeel c van het incidentele beroepschrift lees ik dat zulks in de Collegevergadering van 3 maart 1998 zou zijn gebeurd.
24 Dat is kennelijk een huis-aan-huisblad dat in de gemeente Waterland wordt verspreid.
25 Hetzelfde geldt als aan art. 67g, lid 2, AWR wordt getoetst, zoals het Hof deed.