ECLI:NL:PHR:2003:AF5388
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring doodslag en verkrachtingen met TBS en strafvermindering wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een verdachte die door het hof is veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging wegens meervoudige verkrachtingen en doodslag op een 13-jarig meisje. Het slachtoffer werd op 19 januari 1999 vermist en later dood aangetroffen; het hof concludeerde dat zij door een opzettelijke geweldsdaad van het leven is beroofd. Diverse bewijsmiddelen, waaronder getuigenverklaringen, forensisch onderzoek en een speurhond, brachten verdachte in verband met de plaats en tijd van het delict.
De verdediging voerde meerdere middelen van cassatie aan, waaronder twijfel aan het opzettelijke karakter van de doodslag, de betrouwbaarheid van fotoconfrontaties en de motivering van het oordeel over de geestelijke stoornis van verdachte. De Hoge Raad verwierp deze middelen, stellende dat onwaarschijnlijke scenario's niet expliciet hoeven te worden beantwoord, dat de betrouwbaarheid van fotoconfrontaties niet zonder meer wordt betwist en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld over de stoornis en toerekeningsvatbaarheid.
Verder werd vastgesteld dat verdachte een bijzondere belangstelling had voor jonge vrouwen en meisjes, wat het hof als ondersteunend bewijs beschouwde. De Hoge Raad constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van de procedure en paste daarom een strafvermindering toe op de gevangenisstraf, zonder de TBS-maatregel aan te tasten.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het een verkeerd wetsartikel vermeldde en corrigeerde dit, waarna de strafvermindering werd bevestigd. De overige onderdelen van het arrest bleven in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot achttien jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging, met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.