ECLI:NL:HR:2003:AF5388
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens kennelijke misslag bij strafoplegging doodslag
De verdachte werd door het hof Amsterdam in hoger beroep veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf voor verkrachting en subsidiair doodslag, met een bevel tot terbeschikkingstelling en verpleging. De verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte art. 289 Sr Pro als wettelijk voorschrift voor de strafoplegging had vermeld, terwijl art. 287 Sr Pro toepasselijk was. Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, wat aanleiding gaf tot strafvermindering.
De bewijsvoering van het hof werd bevestigd, waarbij onder meer DNA-sporen en plaatsing van de verdachte nabij de vindplaats van het slachtoffer als overtuigend bewijs werden beschouwd. De Hoge Raad verwierp het verweer dat de dood van het slachtoffer een ongeluk zou zijn.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor wat betreft de wettelijke grondslag en de strafoplegging, en verminderde de gevangenisstraf tot zeventien jaar en zes maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en vermindert de gevangenisstraf tot zeventien jaar en zes maanden.