ECLI:NL:PHR:2003:AF6224
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel griffierechten zonder advocaat bij Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoeker zonder tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld tegen meerdere beschikkingen, waarbij hij griffierechten verschuldigd was. Nadat verzoeker deze griffierechten niet had voldaan, werd een dwangbevel uitgevaardigd. Verzoeker stelde daarop verzet in op grond van artikel 22 lid 4 van Pro de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ).
De Hoge Raad oordeelt dat verzoeker ontvankelijk is in het verzet, omdat in deze administratieve procedure geen advocaat verplicht is. Verzoeker voert aan dat hij geen bedrag verschuldigd is en dat er nog rechtsgeschillen bij andere instanties bestaan die de vordering betwisten. De Hoge Raad wijst deze gronden af omdat een ontkenning zonder bewijs onvoldoende is en omdat alleen op grond van artikel 22 lid 4 WTBZ Pro verzet mogelijk is tegen het griffierecht dat rechtstreeks uit de wet voortvloeit.
Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet verschuldigd is en omdat het bestaan van andere rechtsgeschillen geen grond is om het dwangbevel te betwisten. De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtmatigheid van het dwangbevel en de vastgestelde griffierechten.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel tot betaling van griffierechten wordt ongegrond verklaard.